Toen mijn ouders begonnen met het spelen en verzamelen van bordspellen van 999 games vond ik al snel de Kolonisten van Catan in de folder. Mijn ouders hadden zelf echter meer interesse in de andere spellen en pas na meerdere keren zeuren gingen ze uiteindelijk overstag en kwam er een Catan-bordspel in huis. Binnen enkele weken volgden zeevaarders en Steden & Ridders en later ook nog talloze scenario’s. Het spel was een groot succes binnenshuis omdat het elke keer weer anders was, je ook als duidelijke verliezer nog gewoon mee kon spelen én je had, zeker met Steden & Ridders, de kans om elkaar flink te naaien op een manier die legaal is tussen familieleden. Weinig dingen zijn leuker dan het plan van iemand anders dwarsbomen! Binnen een jaar had iedereen dan ook zijn eigen Catan-spel!
De basis van Catan is erg simpel. vijf soorten grondstoftegels en één woestijntegel vormen gezamelijk een speelbord langs de zijde van een dergelijke zeshoekige grondstoftegel mag je een straat bouwen. Met straten kun je bij hoeken komen waar drie tegels elkaar raken. Op dit soort driesprongen kun je tegen inlevering van bepaalde grondstoffen een dorp bouwen zolang er nog geen dorp op een naastgelegen driesprong staat. Door dat dorp krijg je weer nieuwe grondstoffen binnen om nog verder uit te kunnen breiden, want elke aangrenzende grondstoftegel heeft een cijfer erop liggen en als dat cijfer gegooid wordt krijg je de bijbehorende grondstof. Het is daarnaast nog mogelijk om een dorp te upgraden naar een stad waarna je dubbele grondstoffen ontvangt. Elk dorp is tevens een overwinningspunt en elke stad telt als twee overwinningspunten. Afhankelijk van met welke uitbreidingen je speelt heb je genoeg aan 11, 12 of 13 overwinningspunten. Natuurlijk is dit de erg korte variant van de spelregels, maar in de basis komt het hier wel op neer. Daarnaast kun je nog wat pesten door ontwikkelingskaartjes te kopen en daarmee grondstoffen te pikken of straten te bouwen en daarmee je tegenstander de pas af te snijden.
Ik denk dat vrijwel iedereen Catan wel eens gespeeld heeft, dus verder uitweiden over de spelregels is niet nodig. Wat echter wel opvallend is, is de kleurkeuze. Catan wordt standaard geleverd met vier speelkleuren, rood, blauw, wit en oranje. Met name die laatste is een erg vreemde keuze want rood en oranje lijken erg veel op elkaar en oranje kom je daarom vrij weinig tegen in spellen. In de meeste spellen heb je de keuze tussen rood, groen, geel, blauw en soms ook nog wit en zwart. Binnen mijn familie was de kleurverdeling ook altijd heel duidelijk, mijn broer was altijd groen, mijn ene zus was altijd wit, ik was altijd geel en mijn andere zussen mochten de eventueel overgebleven kleuren verdelen (hoewel mijn oudste zus ook altijd geel was, maar die was gelukkig veel te oud om bordspelletjes met mij te spelen!) Het probleem dat ik met Catan dan ook heb is dat er geen geel in het spel zit. Door de 5/6-speler uitbreiding kan zelfs mijn broer met zijn geliefde groen spelen, maar in plaats van ook geel toe te voegen hebben ze gekozen voor poepbruin als zesde kleur
En dus speel ik bij gebrek aan beter in Catan altijd met rood, terwijl het algemeen bekend is dat geel altijd wint. Het vreemde is ook dat ze bij de uitbreiding Steden & Ridders wel een geel speelfiguur in de vorm van de handelaar hebben toegevoegd, dus ze hadden wel gewoon gele figuurtjes in de fabriek! Maar de beperkte kleurtjesset is dus wel duidelijk een minpunt aan Catan, met name omdat rood en oranje teveel op elkaar lijken en omdat ze een lelijke groentint hebben gekozen en vooral een hele lelijke bruine kleur. Nou is zespersoons-Catan sowieso al niet leuk, maar moet je je eens voorstellen dat je dan óók nog eens met bruin moet spelen… Ik raad dan ook iedereen aan om bij zes personen gewoon twee Catan-spellen te gebruiken en in groepjes te spelen. Het grote voordeel hiervan is dat je niet ellenlang hoeft te wachten op je beurt, dat je niet met teveel kaartjes blijft zitten of juist te snel dingen kunt bouwen (afhankelijk van welke regels je hanteert) maar daarnaast hoef je dan niet met het vieze bruin te spelen, en kun je gewoon de oranje kleur in de doos laten zitten waardoor je het onderscheid tussen de verschillende speelfiguren goed kunt zien. Ben je met het immer gevreesde aantal van vijf spelers, dan moet je dus maar iemand naar huis schoppen of gewoon nog een extra iemand uitnodigen! Of gewoon een ander spel uitzoeken, zoals Union Pacific.
Er zijn overigens vele Kolonisten van Catan-spellen. De basisset bestaat uit het gewone spel voor vier spelers, maar daarnaast zijn er nog de losse uitbreidingen Zeevaarders, Steden & Ridders en Kooplieden en Barbaren, kun je voor zowel de basisset als Zeevaarders als Steden & Ridders als Kooplieden en Barbaren een (overbodig!) 5/6-spelers-setje kopen en zijn er nog tig losse varianten. Het fijne is echter dat elke uitbreiding (met uitzondering van de 5/6-spelers uitbreidingen) in een nieuwe grote doos komt die de grootte van de gewone doos heeft maar een andere dikte, maar de uitbreidingen passen niet zomaar samen in een doos, waardoor je uiteindelijk een hele stapel catanspellen hebt en je met een beetje geluk dus ook drie dozen mag gaan leeghalen als je wilt gaan spelen. Een gewone kartonnen doos voor álle reguliere uitbreidingen zou erg prettig zijn! Een beetje zoals het handige blik dat het kaartspel een paar jaar geleden heeft gekregen! Maar ondanks deze minpuntjes is Catan een erg leuk spel dat ook lang leuk blijft doordat het elke keer weer anders is! Het spel hoort standaard in elke spellenkast thuis!
Geen gerelateerde berichten

