Les Portes du soleil neige

Vorige week heb ik mijn eerste bezoek gebracht aan Les Portes du Soleil, een groot skigebied in Frankrijk en Zwitserland. Hoewel het gebied vanwege zijn ligging erg zonnig zou moeten zijn hebben wij helaas vooral veel sneeuw gehad. In totaal waren er maar twee heldere dagen en de rest van de week heeft het gesneeuwd en was het koud. Geweldige pistes dus, maar wel bevroren tenen en vingers. Portes du Neige was dus een betere naam geweest.

Het skigebied ligt relatief laag. Het voordeel hiervan is dat er veel meer begroeing is dan in bijvoorbeeld Val Thorens. Veel van de pistes lopen tussen de dennenbomen door die er, zeker nadat er een flinke lading sneeuw is gevallen, erg mooi uitzien. De bomen zijn geen dichtbeboste bomen, maar met redelijk veel ruimte er tussen waardoor er al snel paadjes tussen de bomen doorlopen. Deze paadjes zijn vooral bij kinderen erg populair en met lange volwassenenski’s is het dan ook een stuk lastiger om ongeschonden de piste weer te bereiken. Hoger in het gebied kwam je overigens wel weer boven de bomengrens met de bekende witte vlaktes met rotsen er tussendoor.

Globaal valt het skigebied in te delen in een vijftal regio’s. Allereerst is er Avoriaz, het meest centrale dorp. Rechts daarvan heb je Morzine en aaneengesloten Les Gets, en links daarvan beneden Chatel en boven een aantal kleinere Zwitserse dorpen waarvan Les Crossets de belangrijkste is.

Avoriaz
Avoriaz was ons basisstation en het meest centrale dorp in het gebied. Vanuit Avoriaz kun je alle andere delen redelijk snel bereiken, al moet je voor Morzine en Les Gets wel een treintje gebruiken aangezien deze dorpen niet met liften verbonden zijn. De verbinding tussen Chatel en Avoriaz kan via Zwitserland wel met liftjes, maar ook via … en een bus. Avoriaz is een auto vrij dorp met een piste er doorheen. Het vervoer in het dorp wordt gedaan door groot uitgevallen sneeuwscooters en ouderwetse sleeën met paarden ervoor. Voor auto’s is er een grote parkeerplaats en ook bussen kunnen hun mensen daar uitladen. Helaas geldde dat niet voor onze bus, de buschauffeurs dropte ons bij de grote gondel in Morzine waarna we zelf maar met al onze bagage richting het appartement moesten zien te komen. Minpuntje voor Sunweb dus. Mocht je een reis naar Avoriaz willen ondernemen wees dan zo slim om met de auto te gaan, dat scheelt je veel gedoe. De pistes rond het dorp zijn niet echt uitdagend. Het meerendeel van de blauwe pistes had eigenlijk groen moeten zijn dus dat zegt eigenlijk al genoeg. Wél vind je aan de rechterkant van het dorp een aantal zwarte pistes bij elkaar. Avoriaz is vooral geschikt voor springers, van die mensen die graag over een flinke schans heen gaan en dan allerlei rare draaiende bewegingen gaan maken. Voor de kinderen is er een mini-park en een simpele jungle route. Zowel voor de beginnende als de gevorderde springer is het dus een prima gebied.

La Falaise

Chatel
Chatel is hét dorp waar alle Nederlanders zitten. In Avoriaz zitten voornamelijk de Fransen zelf en Scandinaviërs en Morzine stroomt over van de Britten. Chatel is een schattig stadje met redelijk wat restaurantjes en ander vermaak. Door een aantal trappen te beklimmen kom je uit bij de Super Chatel, de gondel die je naar boven brengt. Vanaf daar kun je een rondje maken richting Petit Chatel en het Zwitserse Torgon. Met een lange omweg kun je ook bij de andere Zwitserse plaatsen komen, al moet je daarvoor in Morgins wel nog een straat oversteken. In vergelijking met Avoriaz is Chatel wel een stuk rustiger terwijl er wel minder afdalingen zijn en er vooral veel korte liftjes zijn. Het stadje oogt wel veel levendiger dan Avoriaz en Morzine.

Champoussin
Champoussin is één van de grotere Zwitserse dorpen. Het is echter geen dorp dat de moeite waard is om te bezoeken, ook al is het er erg rustig. Het gebied staat helemaal vol met sleepliftjes, vergelijkbaar met het sleepliften gedeelte in St. Sorlin D’Arves. Alleen zijn de sleepliftjes in dit geval over het algemeen geen paddestoelen, maar de ankerliftjes waarvan ik zelf dacht dat ze ondertussen uitgestorven waren. De gewone zitliften die er wel zijn, zijn vooral erg oud en traag. Ondanks de rustige pistes dus geen aanrader.

Een zwarte piste

Les Crosets
Les Crosets is het kruispunt van Zwitserland. In dit gedeelte is recent ook flink geïnvesteerd. De snelste en grootste liften kom je hier tegen. Is in Avoriaz alles standaard vierpersoons, in Les Crosets hebben ze ook een aantal zespersoons liften en zelfs een achtpersoons. Daarnaast hebben ze ook nog wel een paar oudere liften. De Grande Conche is een tweepersoons lift die het stempel ‘antiek’ verdient bijvoorbeeld en het enige ankerliftje buiten Champoussin vind je ook hier. Gelukkig staat er wel een paddestoellift naast. Vanaf deze liften kun je afdalen naar de Chavanette-lift om La Mur te overwinnen of achter de bergen langs een aantal heerlijke pistes afgaan om daarna een lang bospad te krijgen. Deze afdaling is erg mooi, maar ook ijzig koud en met redelijk veel klunwerk tussendoor.

Morzine
Morzine is de stad waar alle Engelsen zich ophouden. Er is zelfs een Britse skischool aanwezig. Om vanaf de Super Morzine in het echte Morzine te komen moet je de stad doorkruizen. Hiervoor hebben ze een handig skitreintje dat continu rondjes rijdt. In het centrum mag je ‘s ochtends aansluiten bij de lange rij voor de Pleney-lift. Eenmaal boven aangekomen valt het echter best mee met de drukte. De linkerkant van Morzine is redelijk rustig en heerlijk om te skiën. De liftjes zijn er wisselend van soort, maar het zijn allemaal zitliftjes. De TS de Chamossière is echter wel een afrader voor mensen die niet van schommelen houden. Als dit liftje even stil hangt beweeg je met gemak twee meter op en neer, zo los hangen de liftjes. De zwarte pistes in dit gebied vallen een beetje tegen en komen amper in de buurt van donkerrood. Voor uitdaging moet je hier dus niet zijn. Wel heb je vanaf de meeste toppen in dit gebied een mooi uitzicht richting de Mont Blanc, tenminste, als het mooi weer is.

Les Gets
Les Gets Les Gets was het laatste deel van Portes du Soleil waar we op vrijdag pas heen zijn gegaan. Om bij Les Gets te komen moet je via Morzine en de drukke lift daar maar de pistes van Les Gets zijn prima! En als je het treintje pakt en oversteekt naar de andere kant van Les Gets dan heb je ook nog eens rustige pistes, al zijn de liftjes daar wel weer aan de oude (en trage) kant. En bij de Milka-afdaling heb je kans om een echte paarse Milka koe tegen te komen, over het algemeen duidelijk zichtbaar door de groep mensen die eromheen staan.

Buiten deze grote dorpen zijn er ook nog de kleinere tussendorpen. Lindarets is daarvan degene die het meest de moeite waard is. Dit dorpje ligt vlak bij Avoriaz en een centraal plein met een aantal liftjes en wat eettentjes. Als je echter nog wat verder afdaalt richting de Ardent kom je vlak onder het plein uit bij het geitendorp. Dit is een klein dorpje waar je doorheen kunt skiën  en wat vol zit met gezellige restaurantjes. Geen standaard skivoerhuisjes, maar echte restaurantjes die ook zomers open zijn. Wij hebben bij Rhodos gegeten wat erg goed eten was, gezellig onder een opgezette geitenkop :D

Overall is het gebied me erg goed bevallen. Het is wel een redelijk vlak gebied met veel paden en pistes die eigenlijk groen zouden moeten zijn, maar er zijn ook genoeg pistes die wel echt zwart zijn. Een moeilijke tussenweg in de vorm van een leuke rode piste ontbreekt bijna, lastige pistes zijn er buiten zwart amper te vinden. Voor kinderen en springers is het gebied echter wel weer erg leuk. Er zijn veel kleine en grote schansen en smalle paadjes tussen de bossen door. In Frankrijk kom je sowieso weinig bosachtige gebieden rond de pistes tegen dus dat is een groot pluspunt aan het gebied. Zeker als het net gesneeuwd heeft ziet alles er daardoor erg mooi uit.

Geen gerelateerde berichten